ZZP Pensioen

ZZP en Pensioen

Zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) hebben na hun pensionering ook recht op AOW. Een ZZP’er bepaalt zelf of hij naast AOW voor een aanvullende oudedagsvoorziening kiest. Voor dit aanvullende pensioen bestaan verschillende mogelijkheden.

Beperkte pensioenopbouw ZZP’ers

Zelfstandigen bouwen gemiddeld minder pensioen op dan werknemers. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo steken veel ZZP’ers hun geld liever in het eigen bedrijf dan in de opbouw van een pensioen.

Een mogelijkheid om ZZP’ers meer pensioen op te laten bouwen, is een collectieve pensioenregeling. Het kabinet wil dat de overheid een rol gaat spelen bij het opzetten van zo’n pensioenregeling voor zelfstandigen. Deelname aan zo’n regeling is niet verplicht. Een speciale werkgroep zal hierover vóór de zomer van 2013 advies uitbrengen.

ZZP’ers die in de bijstand dreigen te komen, moeten eerst hun gespaarde pensioengeld aanspreken. Pas dan hebben ze recht op een uitkering. Het kabinet laat onderzoeken of op dit punt maatregelen nodig zijn. Zelfstandigen gaan naar verwachting meer sparen, als ze weten dat hun pensioen ‘veilig’ wanneer ze in de bijstand belanden.

Fiscale Oudedagsreserve (FOR)

Een ZZP’er die een oudedagsvoorziening wil opbouwen zonder geld te onttrekken aan zijn onderneming, kan een deel van zijn winst reserveren voor een fiscale oudedagsreserve (FOR). Over dat deel van de winst ontvangt de ZZP’er uitstel van belastingheffing. De ZZP’er kan de fiscale oudedagsreserve later – bijvoorbeeld als hij met pensioen gaat - omzetten in een lijfrente. De belastingheffing vindt dan plaats over de lijfrentetermijnen.

Voor de opbouw van een fiscale oudedagsreserve gelden wel bepaalde voorwaarden. De belangrijkste zijn dat de ZZP’er minimaal 1225 uur per jaar voor zijn onderneming werkt en jonger is dan 65 jaar. Een FOR is alleen mogelijk voor een ZZP’er die over zijn winst inkomstenbelasting betaalt.

Lijfrente bij verzekeraar, bank of beleggingsinstelling

Een ZZP’er kan ook kiezen voor een lijfrente bij een verzekeraar, bank of beleggingsinstelling. De premie die de ZZP’er voor de lijfrente betaalt, is fiscaal aftrekbaar van zijn box 1-inkomen. Voor de aftrek gelden wel bepaalde voorwaarden (aan de lijfrente en aan de hoogte van de aftrek).

Als een ZZP’er stopt met zijn bedrijf, kan hij een deel van zijn stakingswinst tegen gunstige belastingvoorwaarden omzetten in een stakings lijfrente. In deze situatie gelden hogere maxima voor de aftrek in box 1.

Vrijwillige voortzetting pensioenregeling

ZZP’ers die ex-werknemer zijn, kunnen de pensioenregeling van hun voormalige werkgever vrijwillig voortzetten, als hun pensioenregeling deze mogelijkheid biedt. Sinds 1 januari 2012 is de pensioenpremie voor deze vrijwillige voortzetting tot maximaal 10 jaar na ontslag aftrekbaar. Voorheen was dit maximaal 3 jaar.

Pensioen in eigen beheer of bij verzekeraar

Een ZZP’er die directeur-grootaandeelhouder (dga) is van zijn eigen B.V. kan er voor kiezen pensioen in eigen beheer op te bouwen. In dat geval bouw je het pensioen binnen de eigen B.V. op. Een alternatief is om het pensioen bij een externe verzekeraar onder te brengen.

Verplichte pensioenregeling voor specifieke groepen

Voor bepaalde groepen ZZP’ers geldt een verplichte beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling. Het gaat hierbij met name om beroepen in de gezondheidszorg (huisartsen, medisch specialisten, fysiotherapeuten, etc.), maar ook voor bijvoorbeeld zelfstandige schilders geldt een bedrijfstakpensioenregeling. Een bedrijfstak of beroepsgroep kan zelf zo’n verplichte pensioenregeling aanvragen. Daarvoor moet dan wel voldoende draagvlak zijn binnen de bedrijfstak of beroepsgroep.

Zelf sparen

Een ZZP’er kan er ook voor kiezen geen gebruik te maken van de diverse (fiscale) faciliteiten voor de oude dag, maar bijvoorbeeld via het eigen huis, de (waarde van de) eigen onderneming of privé te sparen voor de oude dag.

 **Aan berekeningen en adviezen in dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend, het zijn indicatieve percentages die per bank verschillend kunnen worden geïnterpreteerd. De bedragen waar een bank mee rekent worden eerst nog gecorrigeerd voordat ze mee kunnen worden genomen in ee definitieve berekening.